print

Naar een nieuwe tijd (1946-1961)

De periode 1946-1961 vormde in meer dan één opzicht de overgang naar een nieuwe tijd. Bewijs hiervan: de opziensters kregen vanaf 1950 een auto ter beschikking om hun afdelingen te bezoeken!
Aan de kadervorming werd nog steeds zeer veel aandacht besteed. Vanaf 1946 publiceerde de Boerinnenbond een eigen trimestrieel 'Bestuursblad' met een bijlage voor de voordrachtgevers. Er werd stilaan gepleit voor meer inbreng van de toehoorders in de plaats van een droog lesgeven. Ook de verzorging van het ontspannend gedeelte van de vergaderingen werd meer benadrukt. Sociaal contact rond koffie en koekjes, toneel en zang werd als volwaardig onderdeel van de bijeenkomsten beschouwd. Vanaf 1955 kreeg 'het Bestuursblad' ook een bijlage voor de ontspanning!
De ledencijfers zeggen genoeg over het naoorlogse succes. Tot en met 1961 nam het ledenaantal haast elk jaar met enkele duizenden toe. Dit hing natuurlijk samen met de aansluiting van ongeveer 200 nieuwe afdelingen (waaronder de 48 afdelingen die in 1952 vanuit het Landfrauenverband aansloten).
'De Boerin' werd vanaf 1949 omgedoopt tot 'Bij de Haard' .
Voor 1940 richtte de Boerinnenbond zich tot zijn leden als één groep. Vanaf 1944 werden de jonge moeders apart aangesproken in een vijftal onderonsjes per jaar. Vanaf 1946 werd een gescheiden werking voor de eigenlijke boerinnen opgezet.
De sociale dienstverlening, die kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was opgezet, kreeg een permanent kader om in 1959 uit te monden in de oprichting van een eigen dienst Gezinshulp. In 1949 werd met een dienst Sociaal Hulpbetoon gestart voor de sociaalrechtelijke begeleiding. De sociale zekerheidswetgeving was toen immers volop in evolutie.
Voor politiek had de Boerinnenbond voor 1948, voor de invoering van het vrouwenstemrecht voor het parlement, nauwelijks interesse getoond. De parlementsverkiezingen van 1949 brachten een ommekeer op gang. De leden kregen - in voorzichtige bewoordingen - de raad 'goed' te stemmen.